Roy Geerts

‘Bij het karten gaat het om duizenden van secondes’

Roy GeertsAls jungske is de Brabantse Roy Geerts al geïnteresseerd in alles wat zich motorisch voortbeweegt. Zijn eerste rondjes op de minibike zijn dan ook snel gemaakt. Nu, zes jaar later, timmert hij zeer verdienstelijk aan de weg als semi-professioneel kartcoureur en denkt hij stiekem ook al aan het ‘echte werk’ als autocoureur. Een interview met Roy over zijn weg naar de top.

Hoe is de liefde voor karten precies ontstaan?

"Op een kartbaan hier in de regio mochten geïnteresseerden elke zondagochtend rondjes rijden met de minibike - zo’n klein motortje - een uur voordat de baan voor de karters open ging. De eigenaar van de baan kwam dus speciaal voor ons een uur eerder zijn bed uit. Daar stopte hij snel mee toen mijn vader en ik elke week als enigen voor de poort stonden. Maar zo is bij mij toen wel de interesse voor het karten ontstaan."

De meeste mensen karten puur voor de lol. Wanneer kreeg het voor jou een serieuzer karakter?

"Het begon met een tweedehands kart, bij elkaar gespaard met het geld dat ik voor m’n verjaardag had gekregen. Het karten ging al vrij snel goed en op een gegeven moment kwam ik in aanraking met mensen die al wat langer meelopen. Zij raadden me aan om eens een wedstrijd mee te rijden. In het eerste jaar heb ik clubwedstrijden meegereden, daarna volgde al snel het NK."

Rijd je dan meteen met ‘de grote jongens’ mee?

"Je hebt met verschillende klassen te maken. Ik deed mee in de klasse junior - daar zitten twee niveaus onder maar ook nog twee boven. In deze klasse heb ik anderhalf jaar gereden en daarna ben ik meteen overgestapt naar de hoogste klasse binnen de Rotax Max, de DD2.

Rotax Max?

"Wereldwijd zijn er twee kampioenschappen: de Rotax Max en het WSK. Rotax Max is van een lager niveau, daar doen veel karters aan mee. De echte top, coureurs die met het karten hun geld verdienen, zit bij het WSK, waar ik nu in uit kom.

Hoe ging het in die hoogste klasse van Rotax Max?

"Heel goed eigenlijk, van de acht wedstrijden won ik er zes en werd Nederlands kampioen, waarmee ik een ticket voor de Rotax Max finals in Italië won. Daar doen wel zo’n vijftig landen aan mee."

Hoe gaat het er bij die wedstrijden aan toe?

"Op dat kampioenschap krijg je van de organisatie een kart plus banden, zodat iedereen met exact hetzelfde materiaal rijdt. Je wordt ook gewogen omdat je - inclusief uitrusting - boven de 175 kg moet zitten. Iedereen probeert wel zo dicht mogelijk tegen die 175 kg aan te zitten, want des te zwaarder je bent, des te langzamer je rijdt natuurlijk. En het gaat in het karten vaak echt om duizenden van secondes. Knipper één keer met je ogen en er zijn tien coureurs over de finish."

Hoe is de wedstrijd voor jou verlopen?

"In eerste instantie goed; in mijn kwalificatie was ik maar 0,005 seconde langzamer dan de wereldkampioen, wat goed was voor een tweede kwalificatietijd overall. In de finale is het veel duwen en trekken en ben ik uiteindelijk tiende geworden, wat toch wel een beetje tegenviel na de superkwalificatie."

Hoe kwam dat denk je?

"Het ging er tijdens het WK behoorlijk ruw aan toe, ik moest echt wennen aan de rijstijl. Engelsen en Amerikanen rijden heel ruw, terwijl je in Nederland meteen een vlag krijgt als je elkaar ook maar raakt."

Wat vind je het vermoeiendste aan karten?

"Voor karten op topniveau heb je ook een topconditie nodig. Je moet jezelf continu tegenhouden, met name in de bochten waar je veel g-krachten te verwerken krijgt. Maar ja, elke beweging in een bocht kost tijd dus die wil je zo strak mogelijk nemen. Daar moet je heel sterk voor zijn. Om die reden zijn er veel Formule 1-coureurs die ook kart rijden."

Waarom is karten zwaarder dan Formule 1?

"Karten is heel intensief, zeker internationaal waar het soms veertig graden is tijdens een wedstrijd. Al die g-krachten, het continu opschakelen en dan weer terugschakelen voor de volgende bocht… er is geen moment waarop je lichaam rust heeft."

Over de Formule 1 gesproken… is dat je volgende doel?

"Dat lijkt me wel vet ja, als de tijd rijp is. Maar eerst het karten goed af zien te sluiten. Het zou trouwens ook zo kunnen zijn dat ik geen formule-auto’s ga rijden, maar doorstroom naar de DTM-klasse, de gesloten variant. Uiteindelijk wil ik graag als professioneel coureur aan het werk, dat is mijn droom."

Hoe ziet een kartweek eruit?

"Drie keer sport ik in de sportschool onder begeleiding van een sportbegeleider en fysiotherapeut en daarnaast rijd ik één à twee keer per week met de kart. Zo’n karttraining duurt echt een hele dag. De rijsessies zelf duren maar twintig minuten, maar daarna ben je heel veel tijd kwijt aan het analyseren en afstellen. Naast coureur moet je ook technicus zijn en veel snappen van de afstelling van je kart. Je moet als je in de kart zit bij wijze van spreken kunnen voelen dat er een schroefje van je rechtervelg niet goed zit aangedraaid. Als je dat aanvoelt, kun je een kart onder alle omstandigheden perfect afstellen."

De website van XCENT maakt gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie. sluiten